Wanneer en met welke bedragen per jaar moet je de rentedragende studielening gaan terugbetalen?


Je moet beginnen de rentedragende lening terug te betalen zodra je niet meer studeert of deeltijdstudent wordt. De terugbetalingsperiode begint op 1 januari na het moment waarop je je studie beëindigde en bestaat uit twee perioden. De eerste twee jaar is de zogenaamde `aanloopfase’, waarin je wel mag maar niet moet terugbetalen. De daaropvolgende vijftien jaar moet je verplicht gaan aflossen en rente betalen. De rentedragend lening die je voor 1 januari 1992 hebt ontvangen is rentevrij tot 1 januari van het jaar nadat je niet meer full-time studeerde. Elk jaar stelt de minister voor die leningen een rentepercentage vast voor de vijf volgende kalenderjaren. Over rentedragende leningen die je na 1 januari 1992 hebt ontvangen wordt rente berekend met ingang van de daaropvolgende maand. Hoeveel je maandelijks moet terugbetalen hangt af van het totale schuldbedrag en de rentepercentages. Een voorbeeld: bij een schuld van € 9.500,- en een rentepercentage van 11 procent, betaal je elke maand € 102,24 terug. Als de Informatiseringsbank je termijnbedragen automatisch kan incasseren krijg je elke maand € 1,70 korting. De termijnbedragen kunnen nooit vooruitbetaald worden en dat is iets om rekening mee te houden als je met vakantie gaat. Als je niet automatisch laat incasseren moet iemand anders zorgen dat de termijnbetalingen op tijd worden gedaan. En stel dat je na een tijdje toch opnieuw gaat studeren? Dan hoef je tijdens je nieuwe studie niet terug te betalen, als je tenminste weer aanspraak kunt maken op studiefinanciering.