Als ouder wil je aan je kind, dat nog maar weinig inkomsten heeft, geld lenen zonder dat het er rente over hoeft te betalen. Hoe regel je dat voor beide partijen fiscaal zo gunstig mogelijk?


Ouders zijn verplicht in het levensonderhoud van hun kinderen te voorzien tot deze 21 jaar zijn. Als een rentevrije lening aan een kind jonger dan 21 jaar, daarvoor bestemd is zal de belastingdienst geen schenkingsrecht vorderen. Natuurlijk moet de lening dan wel binnen bepaalde proporties blijven. In alle andere gevallen geldt de niet betaalde (en bedongen) rente als schenking. Voor de vaststelling van het op die manier geschonken bedrag gaat de fiscus uit van een rente van 6 procent. Maar kinderen hebben een aantrekkelijke vrijstelling voor wat betreft schenkingsrecht: Voor 2014 is dit € 5.229 per jaar. Als je je kinderen geld uitleent tegen een lage rente (bijvoorbeeld 3 procent) geldt voor het schenkingsrecht het verschil tussen de fiscale 6 procent norm en de lage rente die het kind betaalt. Die 3 procent verschil van het voorbeeld zijn dus belast met schenkingsrecht, maar alleen voor zover het bedrag de vrijstelling te boven gaat. Er schuilt nog een addertje onder het gras: als je een kind renteloos geld leent over een langere periode (bijvoorbeeld 10 jaar), geldt de in die hele periode niet betaalde rente als een schenking in het eerste jaar van de lening. Dat kan fiscaal heel ongunstig zijn, want op die manier zit je al snel boven de vrijstelling en moet je kind dus schenkingsrecht betalen. Dat risico bestaat niet als de lening direct opeisbaar is. Het kind moet dan wel in staat zijn om de lening direct of te lossen en dat is een probleem als er nog weinig verdiensten zijn. Je kunt er dan een rentedragende lening van maken, waarvan je de rente elk jaar kwijtscheldt. Als de jaarlijks kwijtgescholden bedragen binnen de vrijstelling blijven is geen schenkingsrecht verschuldigd.